Woensdag 31 januari 1968

Groots offensief in Vietman


De Vietcong is bezig aan het grootste offensief, dat zij ooit in de Vietnamese oorlog heeft ondernomen. In diverse steden werden gisteren overvallen uitgevoerd, terwijl Vietcong-eenheden zelfs doordrongen op het terrein van de Amerikaanse ambassade in Saigon. Ook beschoten zij het presidentiële paleis en het radiostation in de hoofdstad. Men neemt aan dat de Vietcong-aanvallen de inleiding vormen tot een grootscheeps Noord Vietnamees offensief in het noorden bij de Amerikaanse basis Khe San. Hanoi heeft daar vier divisies (25.000 man) samengetrokken. Het Amerikaanse opperbevel werd verrast door de omvang en de intensiteit van de Vietcong-aanvallen, die overal opdoken en dood en verwarring zaaiden. Saigon was het middelpunt van het offensief. Commandotroepen van de Vietcong trokken de stad binnen, schoten het radiostation in brand, vuurden op . het presidentiële paleis, voerden aantallen uit op het Amerikaanse hoofdkwartier even buiten de stad en op de Amerikaanse ambassade. De felle straatgevechten duurden de hele nacht voort. Na uren van harde strijd slaagden Amerikaanse parachutisten erin de Vietcong van het ambassadeterrein te verdrijven. De Amerikanen waren met helicopters afgezet op hel dak van' het gebouw, dat in Amerikaanse handen bleef, en vielen de Vietcong in de rug aan. Met mortieren hadden de aanvallers de voornaamste toegangsdeur en de daarachter gelegen hal van de ambassade vernield. Negentien Vietcong-leden werden gedood. Felle gevechten werden ook geleverd bij het (volkomen vernielde) radiostation en het presidentiële paleis. Zuid Vietnamese para's, sloten de toegangswegen tot deze gebouwen hermetisch af en begonnen een verbeten huis aan huis-gevecht met de Vietcong. Vanmorgen woedden nog steeds hevige gevechten in de wijken rond het vliegveld Tan Son Nhoet, even.buiten Saigon. Vierhonderd Vietcong-soldaten hielden daar een. grote textielfabriek bezet. Pogingen om hen te verdrijven mislukten vanwege het grote aantal burgers in deze wijken. Via de radio werden zij gelast hun woningen te verlaten. De recente aanval van de Vietcong heeft de bewoners van de hoofdstad voor de eerste keer werkelijk geconfronteerd met de verschrikkingen van de oorlog. Ondanks verspreide terreuracties en bomaanslagen was het leven in Saigon tot nu toe vrijwel niet door de oorlog verstoord. Ook in de steden Qui Nonh, Nha Trang, Hoi An en Plei Koe wordt nog steeds fel gevochten tussen geallieerde eenheden en Vletcong-commando's. Ondanks het feit dat de Vietcong zware verliezen heeft geleden eet zij haar offensief voort. In Nha Trang, die als de veiligste stad van Zuid-Vietnam gold, slaagde een Vietcong-strijdmacht ter sterkte van een bataljon erin honderden gevangenen te bevrijden. In Tuy Hoa, hoofdstad van de provincie Phoe Yen, bombardeerde de Vietcong het vliegveld en overheidsgebouwen. In Qui A'hon wist de Vietcong zich staande te houden, ondanks felle Zuidkoreaanse en Zvidvietnamese tegenaanvallen. In deze stad zijn nog steeds straatgevechten aan de gang. Ook ln Pleikoe, waar de Vietcong honderden gevangenen bevrijdde, en in Kontoem, waar het Zuidvietnamese garnizoen door vijfhonderd Noordvietnamezen werd overvallen, duren de gevechten nog voort. Het bij Dak To liggende stadje Tan Canh is voor tweederde in vlammen opgegaan. In het holst van de nacht drong de Vietcong ook de stad Ban. Me. Touct binnen. Inderhaast aangevoerde Zuidvietnamese versterkingen slaagden er tegen de ochtend in de communistische eenheden te verdrijven. .De zwaarste gevechten kwamen voor bij Danang, waar da Vietcong een dubbele aanval uitvoerde, op de stad en op de dichtbij gelegen Amerikaanse basis. In de stad zelf woedden felle huis aan huisgevechten waarbij tientallen woningen een prooi van de vlammen werden. Bij de aanval op de basis nam de Vietcong het vliegveld met rakettend onder vuur. Zes Amerikaanse toestellen werden vernield en veertig beschadigd. Ook werd dé landingsbaan onklaar gemaakt. Ook de belegerde Amerikaanse basis Khe San, ten zuiden van de gedemilitariseerde zone, werd onder rake (vuur genomen, waarbij het vliegveld beschadigd werd. Men is Het nieuwe gebouw van de Amerikaanse ambassade ligt in het hart van Saigon, vlak bij het consulaat van de VS en de Britse ambassade.

Laatste hoop voor Minerve verdwenen


De hoop, dat de 52 opvarenden van de verdwenen Franse onderzeeër Minerve nog levend worden teruggevonden, is geheel verdwenen. Gisteravond meldde de diepzeeduiker Yves Cousteau, dat het „metaalachtige voorwerp" in de zee ten zuiden van Kaap Cepet, bij Toulon, niet het wrak van de vermiste duikboot is. Cousteau was enkele uren tevoren met zijn duikklok, voorzien van zoeklichten en radar, afgedaald. Eerder had een woordvoerder van de Franse marine gezegd, dat zelfs als de Minerve gevonden zou worden, de kans dat de bemanning nog in leven is minimaal zou zijn. „De Minerve heeft zaterdagochtend vroeg voor net laatst radiocontact gehad en had toen slechts voor maximaal honderd uur zuurstof aan boord." Inmiddels wordt ook het zoeken in het oostelijke deel van de Middellandse Zee naar de Israëlische duikboot Dakar, die sinds donderdag met 68 man aan boord wordt vermist, voortgezet.

Zuid-Afrika weigert integratie sport

Zuid-Afrika heeft het Internationaal Olympisch Comité meegedeeld dat het liever niet aan de spelen deelneemt dan toe te stemmen in het samengaan van blank en zwart in de sport. Deze uitlating over de Zuidafrikaanse sportpolitiek, gedaan door premier J. Vorster, staat vermeld in het rapport — 25.000 woorden lang — dat de studiecommissie van het lOC heeft opgesteld na haar bezoek van vorig jaar aan de Unie van Zuid- Afrika. Daar is een onderzoek ingesteld hoe het staat met de uitvoering van het olympisch handvest, dat een politiek, gestoeld op verschil in ras, uitdrukkelijk verbiedt. De leden van het Internationaal Olympisch Comité, die in Grenoble zijn voor het congres dat tijdens de Winterspelen wordt gehouden, zullen beslissen of Zuid-Afrika mag deelnemen aan de spelen in oktober te Mexico. Het congres komt vrijdag bijeen. Zuid-Afrika werd, wegens zijn apartheidspolitiek, uitgesloten van de Olympische Spelen van 1964 in Tokio. Het Olympisch Comité van Zuid- Afrika heeft het lOC verzekerd, dat iedereen, welke huidskleur hij of zij moge hebben, een gelijke kans heeft te worden uitgezonden naar Mexico, wanneer het lOC Zuid-Afrika toestaat om uit te komen.
De heer Vorster heeft lord Killanan, die bij dat gesprek vergezeld was van Rudolf Opperman van het Zuidafrikaanse Olympische Comité, meegedeeld dat hij niet zou kunnen toestaan dat er „gemengde" testwedstrijden binnen of buiten Zuid-Afrika worden gehouden om tot de samenstelling van de Zuidafrikaanse ploeg te komen.
Minister-president Vorster heeft ook verklaard dat van Zuidafrikaanse kant vertegenwoordigers van ieder ras in de gelegenheid zouden worden gesteld naar Mexico te gaan. „De verantwoordelijkheid voor het al of niet laten deelnemen aan de spelen van blanke of niet-blanke Zuidafrikanen berust verder geheel bij het internationale comité."

Rechter buigt zich over Appie's lange haren

De rechter zal uitmaken of Appie v. Ommeren (17) uit Wageningen ontslagen mocht worden omdat hij zijn haren anders droeg dan zijn werkgever zinde. Het Bureau voor Arbeidsrecht van het NVV (vakbond) gaat tegen de werkgever procederen. Leerling-verwarmingmonteur Appie werd door zijn werkgever Mattheus te Wageningen op 7 december op staande voet ontslagen. De enige reden die in de ontslagbrief vermeld staat, is Appie's niet eens zo heel lange haar. De brief luidt: 'Hiermee verklaart ondergetekende, H. Mattheus, eigenaar van het verwarmings en constructiebedrijf Mattheus, Molenstraat 6 te Wageningen, dat Abraham van Ommeren van 15 augustus 1966 tot en met 6 december 1967 bij hem in dienst is geweest als leerling -verwarmingsmonteur. Hem is ontslag verleend omdat hij, nadat het hem verschillende malen verzocht is, zijn hoofdharen niet in behoorlijke staat heeft laten brengen.' Appie nam het niet, zijn vader ook niet , en de Algemene Bedrijfsbond voor de Metaalnijverheid en elektronische industrie vond dat ze gelijk hadden. Dat meer instanties het ontslag als onrechtmatig beschouwen, blijkt uit het feit dat Appie geen uitkering ingevolge de werkloosheidswet kon krijgen. Het arbeidsbureau weigerde Appie als werkloos in te schrijven. Pas kortgeleden besloot men hem voorschotten te gaan geven. Van de rechter zal niet alleen worden gevraagd het ontslag ongedaan te maken, maar ook Appie schadeloos te stellen voor zijn derving van inkomsten sinds het ontslag.


  • dinsdag 30 januari 1968

  • donderdag 1 februari 1968